Om het beste uit je Yale slimme buitencamera te halen, volg je deze montage en installatietips:
1. Kies de juiste hoogte
Monteer de camera op een hoogte tussen 2,2 en 3,0 meter vanaf de grond. Deze hoogte zorgt voor een goede balans tussen dekking en nauwkeurige bewegingsdetectie.
2. Richt de camera correct
Kantel de camera licht naar beneden om het gewenste gebied in beeld te brengen.
Dit vermindert het aantal valse meldingen, bijvoorbeeld meldingen die worden veroorzaakt door verkeer op een nabijgelegen weg.

3. Begrijp de detectiezone
Het meest gevoelige deel van de camera zit in de onderkant van het beeld. Als je de camera goed plaatst, worden mensen of voertuigen die jouw terrein betreden beter gedetecteerd.

4. Stel detectiezones in
Gebruik de Yale Home app om aangepaste detectiezones in te stellen. Zo krijg je minder onnodige meldingen uit gebieden die voor jou niet belangrijk zijn.
5. Pas de bewegingsgevoeligheid aan
De camera maakt gebruik van een PIR‑bewegingssensor. In de Yale Home app kun je de bewegingsgevoeligheid instellen, waarmee een testmodus wordt geactiveerd. De LED‑indicator van de camera helpt je het detectiebereik fijn af te stellen van ongeveer 3 meter tot meer dan 8 meter, afhankelijk van de gekozen gevoeligheid.
6. Optimaliseer voor batterijduur
De juiste balans tussen kijkhoek en bewegingsgevoeligheid kan de levensduur van de batterij aanzienlijk verlengen. Vermijd dat de camera gericht staat op gebieden die constant druk zijn.
7. Controleer instellingen per seizoen opnieuw
Veranderingen in de buitentemperatuur kunnen de bewegingsdetectie beïnvloeden. Controleer je gevoeligheidsinstellingen gedurende het jaar om de beste prestaties te behouden.